Goudjakhals

De onbekende nieuwkomer

Met vijf gevalideerde waarnemingen sinds 2016 weten we dat de goudjakhals (Canis aureus) in Nederland aanwezig is. Maar dat is ook wel zo’n beetje alles wat er bekend is over zijn verspreiding. Het schuwe dier weet zich heel goed verborgen te houden, en zijn sporen (pootafdrukken en uitwerpselen) lijken zoveel op die van de vos, dat het nu nog onmogelijk is om te zeggen of het dier zich permanent gevestigd heeft in ons land. Een gesprek met Glenn Lelieveld van de Zoogdiervereniging over de onbekende nieuwkomer.

Tekst Paul van Bodengraven Foto’s via de Zoogdiervereniging

“Een dier dat zich verrassend goed aanpast aan veranderende omstandigheden en die heel goed buiten het zicht van de mensen weet te blijven”, zo omschrijft Glenn Lelieveld de goudjakhals. “Hij kan leven in de redelijke nabijheid van de mens, heeft geen heel groot leefgebied nodig en voedt zich met muizen, watervogels, kleine zoogdieren, aas, fruit en ander plataardig materiaal.”

Al gevestigd?
In 2016 werd voor de eerste keer een goudjakhals waargenomen in Nederland, op de Zuid-Veluwe. Daarna kwamen er vaker meldingen, maar het is lastig om te verifiëren of mensen ook daadwerkelijk een goudjakhals hebben gezien, of bijvoorbeeld een grote vos. Verifieerbare waarnemingen, bijvoorbeeld met cameravallen, zijn er maar een handjevol. Een keer is vastgesteld dat een goudjakhals een schaap en twee lammeren heeft aangevallen in Ooij en een keer is een goudjakhals aangereden, bij Zeist.
Toch denkt Glenn dat het beperkte aantal waarnemingen niet veel zegt over de mate waarin het dier aanwezig is in ons land. “Het is heel goed mogelijk dat het dier zich hier al gevestigd heeft en dat er ergens een roedel leeft. Zoals gezegd zijn ze uitermate behendig om zich te verbergen en is hun aanwezigheid moeilijk te verifiëren. Dan moeten we gericht onderzoek gaan doen, en daarvoor ontbreken vooralsnog de middelen.”

Herkomst
De goudjakhals heeft zich vanuit Azië en Oost-Europa verspreid over Noordwest-Europa. In Duitsland zijn er meldingen gedaan en is een roedel geïdentificeerd in het Zwarte Woud, net als in Italië, Oostenrijk en Slovenië. Maar ook in België, Denemarken, Estland en Zweden is het dier waargenomen. “Het is een nieuwkomer in dit deel van Europa”, vertelt Glenn. “Voor zover we weten is het dier nooit eerder waargenomen in Nederland. Net als de wolf kan een goudjakhals grote afstanden afleggen en de dieren zwerven uit, op zoek naar nieuw leefgebied.”
Ondanks zijn naam is hij niet direct verwant aan andere jakhalssoorten. Hij lijkt qua uiterlijk op de coyote en is ook verwant aan de wolf, die wel een stuk groter is. Net als de wolf leeft de goudjakhals in een familieroedel van vader, moeder, jaarlingen en welpen. Het dier heeft een ondergronds, zelf gegraven hol, vergelijkbaar met de vos. Een vrouwtje kan drie tot wel twaalf welpen baren, de sterfte onder de jonge dieren is relatief groot. Jaarlingen helpen de ouders bij het verzamelen van voedsel en zorgen voor de welpen.
De goudjakhals heeft een kop-romplengte die varieert tussen de 65 en 105 cm, de afhangende staart is relatief kort, slechts 18 tot 27 cm. Het gewicht varieert tussen de 6 en 15 kg, de schouderhoogte is ongeveer 50 cm. Vrouwtjes zijn kleiner dan mannetjes. De vacht is meestal zandkleurig tot rossig grijsgeel, met een gouden glans en een zwarte staartpunt. Maar er zijn ook afwijkende kleuren bekend, al is dat een kleine minderheid.

In Nederland
Dat de goudjakhals in ons dichtbevolkte land opduikt, verbaast Glenn Lelieveld niet. “Een van zijn bijnamen is ‘rietwolf’. De goudjakhals lust graag muizen, maar ook watervogels als ganzen en eenden. Hij gedijt goed in relatief nat gebied. Daar is ons land goed van voorzien. Omdat hij menselijke activiteit op afstand verdraagt, kan hij zich hier wel thuis voelen. Het rivierengebied of plassengebieden zijn bijvoorbeeld locaties waar het dier zich permanent kan vestigen, als dat al niet is gebeurd.”
Studenten hebben in opdracht van de Zoogdiervereniging onderzoek gedaan naar beperkende factoren in het leefgebied van goudjakhalzen en op basis daarvan is een inschatting gemaakt van het aantal dieren dat ons land zou kunnen herbergen. Glenn: “De belangrijkste limiterende factoren zijn de aanwezigheid van mensen én de aanwezigheid van wolven. Daar is de jakhals kennelijk niet graag bij in de buurt. Een goudjakhals heeft aan een leefgebied van 1 tot 10 km2 voldoende, terwijl een wolf bijvoorbeeld 150 tot 400 km2 nodig heeft. Dat betekent dat er in potentie plaats is voor zo’n vierduizend goudjakhalzen. Dat klinkt als heel veel, maar bedenk dat er in Nederland ook zo’n vijftienduizend vossen rondlopen. Hoe vaak kom je die als doorsnee burger tegen? Of zet het af tegen honderdduizend reeën die in ons land leven; die kom je ook niet dagelijks tegen.”

Bescherming?
Europese wetgeving stelt dat een soort, zodra het op eigen kracht een poot over de grens heeft gezet, als inheemse diersoort moet worden beschouwd. En net als de wolf geniet de goudjakhals daarom het recht op bescherming, conform de Habitatrichtlijn. Maar gek genoeg is dat in Nederland nog steeds niet geregeld. Hoe zit dat?
Glenn Lelieveld: “De aanwijzing tot beschermde soort wordt steeds uitgesteld, wat op zich vreemd is. Het zou niet meer dan een hamerstuk moeten zijn, opgenomen in een bijlage van beschermde soorten van de Wet Natuurbescherming. Maar de wetgever lijkt te willen wachten totdat de nieuwe Omgevingswet in werking treedt, en die wordt keer op keer uitgesteld. En dus zitten we in de ongelukkige omstandigheid dat de goudjakhals wel beschermd is volgens Europese richtlijnen, maar niet volgens de Nederlandse wet. Dat betekent ook dat de provincies die het natuurbeleid moeten uitvoeren geen beleid kunnen maken specifiek op de goudjakhals. Dat leidt tot een vreemde situatie: wat gebeurt er als een goudjakhals vee aanvalt? Heeft de veehouder dan recht op compensatie? Is iemand die een goudjakhals afschiet strafbaar? In de Nederlandse wet is dit niet gedefinieerd, volgens Europese regels wel. Een onwenselijke patstelling.”

Een moederdier kan tot wel twaalf welpen baren.

Hoe herken je een goudjakhals?

Is het nu een vos, wolf of toch een goudjakhals? Dit zijn de verschillen:

• Een wolf is niet alleen groter, maar heeft ook een bredere kop en staat veel hoger op zijn poten. Een goudjakhals heeft een spitse snuit, relatief grote oren en korte poten.

• Een vos is iets kleiner, staat hoger op zijn poten en heeft een lange staart (bijna tot aan de grond) met een witte punt. De goudjakhals staat lager op zijn poten en heeft een veel kortere staart met een zwarte punt.

Zie je een goudjakhals? Geef het door! Voorlopig kan dat via het Wolvenmeldpunt: www.wolveninnederland.nl

◀︎ Qua vorm en snuit lijkt de goudjakhals op een vos

Onderzoek in pauzestand
Een vergelijkbare ‘verlamming’ doet zich voor in het onderzoek naar de goudjakhals in Nederland. De Zoogdiervereniging doet veel van het werk, zoals het bijhouden en verifiëren van waarnemingen, op eigen houtje, omdat er formeel nog steeds geen officieel beleid is over hoe om te gaan met de soort. Voor de aanwezigheid van de wolf is inmiddels een heel Interprovinciaal Wolvenplan opgetuigd en wordt gemonitord waar welke wolf zich ophoudt. Er is een compensatieregeling voor veeboeren die dieren verliezen door de wolf, subsidies voor wolfwerende bescherming en onderzoeksbudget. Maar omdat de goudjakhals niet opgenomen is in de Nederlandse wetgeving, komt een vergelijkbare infrastructuur niet tot stand. “Jammer en onnodig”, vindt Glenn”. Kennelijk moet er eerst een hoop tumult ontstaan voordat er iets gebeurt. Wellicht heeft het ook te maken met de publieke perceptie van de goudjakhals. Een wolf is – onterecht – eng, de goudjakhals zien we niet als bedreigend, een beetje zoals de vos. Bovendien ziet bijna niemand het dier, zijn er vrijwel geen filmpjes of foto’s van Nederlandse jakhalzen op internet of sociale media te vinden. Het lijkt bijna alsof hij er niet is.”

Opportunist
Door de vergelijking en verwantschap met de wolf dringt de vraag zich op of we kunnen verwachten dat een goudjakhals vee aanvalt. “Het is een opportunist,” stelt Glenn, “dus als hij de kans krijgt een lam of een zwakke ooi aan te vallen, zal hij dat zeker doen. Ook een kip zal hij niet versmaden. Maar hij zal zich bijvoorbeeld door gezonde schapen laten verjagen. Het hangt af van de weerbaarheid van zijn prooi. In principe is de situatie hetzelfde als bij de wolf: een veehouder moet zijn dieren beschermen en als er genoeg prooidieren in het wild zijn, zal een roofdier zich daartoe beperken. Hij zoekt de nabijheid van mensen alleen op als er in de natuur niet genoeg voedsel beschikbaar is. En ik denk zo dat de aanwezigheid van de grote hoeveelheid ganzen in ons land in hoge mate in de voedselbehoefte van de goudjakhals zal voorzien. Aangezien niet iedereen altijd blij is met al die ganzen, denk ik ook dat het draagvlak voor zijn aanwezigheid groter zal zijn dan bij wolven. Het zal leiden tot minder rumoer en discussie, verwacht ik. En zoals gezegd: mogelijk heeft de goudjakhals zich hier al gevestigd, zonder dat we nu het weten.”

De goudjakhals is beweeglijk en snel.