Wandeltip Dickninge – 4 of 5 km

Theo van de Graaf

Wandelkaart Dickninge

Startpunt:
Een aardige route naar het startpunt gaat als volgt. Neem op de A32 afslag 2, Meppel, en volg de borden richting Medisch Centrum. Net voor het ziekenhuis bij de verkeerslichten rechtsaf. Blijf deze weg volgen tot je de snelweg gepasseerd bent en neem dan de eerste afslag naar links, richting De Wijk. Volg deze weg ruim vier kilometer tot je bent aangekomen bij Schiphorsterweg 33. Schuin tegenover dit huisnummer zie je de ingangspoort naar Dickninge. Rijd door de poort en parkeer in de berm direct achter de poort. Adres voor navigatie: Schiphorsterweg 33, 7966 AB De Schiphorst.

Routebeschrijving:
a.
Loop terug naar de weg en steek fietspad en weg over. Ga aan de overkant rechtsaf en loop naar de driesprong. Steek de driesprong recht over en ga rechtdoor het brede pad op. Blijf dit pad 400 meter volgen tot een veelsprong. Hier rechtsaf langs de witte bordjes met pijlen naar rechts. Bij wandelknooppunt 56 rechtdoor. Steek de weg over en ga op het fietspad linksaf. Let op de ooievaarsnesten in de hoge bomen. Sla bij wandelknooppunt 55 rechtsaf, Dickningerpad.

b. Ga voor de witte slagboom linksaf en langs de liggende bielzen. Bij wandelknooppunt 45 rechtsaf. Je komt uit bij de Reest. Het pad buigt naar rechts. Je loopt nu langs de Reest en om de ijsbaan heen. Aan het einde op de T-splitsing linksaf. Let op dit stuk op de middelste bonte specht (1) hoog in de bomen. Op het einde linksaf en meteen weer linksaf door het witte hek. Even verderop loop je om een grasveldje heen tot je bij een wandelroutepaaltje bent. Hier rechtsaf. Na een bruggetje over een zijarm van de Reest met de bocht mee naar links. Blijf langs de Reest lopen. Rechts zie je hier in het voorjaar daslook, bosanemoon, weinig vingerhelmbloem en heel veel holwortel (2).

c. Nadat je een bankje bent gepasseerd kom je eerst over een klein bruggetje en even later over een veel grotere brug met mooi uitzicht op het landhuis. Direct na de laatste brug linksaf (*). Je loopt nu langs de es met rechts de akkers en links een houtwal. Na 700 meter kom je uit op een landweg. Hier linksaf en langs de slagboom. Direct na de slagboom bij wandelknooppunt 44 rechtsaf. Volg deze onverharde weg ongeveer 500 meter en neem de eerste zijweg rechtsaf. Voordat je rechtsaf gaat, is het de moeite waard eerst enkele tientallen meters rechtdoor te lopen tot je ter hoogte bent van de prachtige boerderij met enkele kolossale beuken in de tuin, een fotogeniek geheel.

d. Blijf rechtdoor lopen tot je opnieuw uitkomt bij het grote witte hek. Ga hier linksaf. Je loopt nu over de oprijlaan terug naar de auto. In het vroege voorjaar bloeien langs deze laan veel bosanemonen.

(*) Je kunt de wandeling bekorten tot 4 km door na de grote brug rechtsaf te slaan. Blijf zoveel mogelijk rechtdoor lopen, langs de brievenbussen en over de oprijlaan, en je komt weer uit bij de auto.

Toelichting
1. Middelste bonte specht
Op het landgoed kun je vrijwel alle Nederlandse spechten tegenkomen. De zwarte en de groene laten zich vaak alleen horen, maar soms kun je ze toch ook wel te zien krijgen. De kleine bonte specht leeft het meest verborgen boven in hoge loofbomen. Je ziet hem maar zelden. De meest luidruchtige en meest zichtbare is de grote bonte specht die je eigenlijk overal op het landgoed kunt tegenkomen. De meest bijzondere is de middelste bonte specht, een nieuwkomer die steeds verder oprukt in noordwestelijke richting. Hij is veel minder talrijk dan de grote bonte, minder luidruchtig ook en bovendien leeft hij hoog in de kruinen van loofbomen, bij voorkeur in eiken. Het is zoekwerk om hem te vinden. Daarbij komt dat hij ook nog eens veel op de grote bonte specht lijkt. Het beste is om op de kop te letten. Die is vrijwel helemaal wit met alleen een rode kap. De onderstaartdekveren zijn niet rood zoals bij de grote bonte, maar roze. Verwarrend wordt het op het moment dat de jonge grote bonte spechten uitvliegen. Die hebben namelijk ook een rode kap op de kop. De beste tijd om naar middelste bonte spechten te zoeken is april. Er zit dan nog geen blad aan de bomen en verwarring met jonge grote bonte spechten is niet aan de orde, omdat die er dan nog niet zijn. Een ander kenmerkend verschil zit hem in de manier van foerageren. De middekste bonte specht geeft de voorkeur aan horizontale takken, terwijl andere spechten meestal kiezen voor de verticale. Het voedsel bestaat uit insecten, rupsen, bessen en noten.
Voor 2016 werd het totaal aantal broedparen in Nederland geschat op 825 tot 950, waarvan de meeste te vinden waren in Zuid-Limburg en Twente.

2. Stinzenplanten
Op dit deel van de route zijn in februari duizenden sneeuwklokjes te zien. Al snel na de sneeuwklokjes komt het speenkruid, maar voor één van de topattracties van het landgoed moet je in de eerste helft van april zijn. Dan staan er duizenden holwortels in bloei. Er zijn twee kleurvariaties en wel een witte en een roodpaarse die mooi gemengd door elkaar staan, samen vormen ze een prachtige aanblik. Holwortel wordt zo genoemd omdat de knol vaak hol is. De plant lijkt qua vorm op een hyacinth. Een centrale steel groeit recht omhoog met daar omheen bloemen op een kort steeltje. Onder het begin van elke bloemsteel groeit een schutblad in de vorm van een gaafrandige ovaal. Dit is een belangrijk verschilkenmerk met de verwante vingerhelmbloem. Ook bij deze plant groeit onder elk bloemsteeltje een schutblad, maar dit ziet er totaal anders uit, want dat blaadje heeft de vorm van een handje met vingers. Kijk je naar het schutblad, dan is vergissen uitgesloten. Vingerhelmbloem is met wat zoekwerk ook wel te vinden bij de holwortels, maar veel minder talrijk. En wat is dan toch voorjaarshelmbloem? Dat is niet een andere plant, maar de oude benaming voor vingerhelmbloem.
Hier en daar zie je in april ook al daslook. Als je twijfelt of je de juiste plant te pakken hebt, kneus dan maar eens een blad en je zult een sterke uienlucht ruiken. Daslook bloeit van april tot juni. Behalve het speenkruid zijn alle genoemde planten stinzenplanten. Dat betekent dat ze door de mens naar ons land zijn gehaald en hier dus oorspronkelijk niet voorkwamen. Ze zijn in eerste instantie vooral op landgoederen aangeplant, vaak bij een stins of landhuis.
Tegelijk met de holwortel staat op Dickninge de bosanemoon massaal in bloei, ook geen stinzenplant, maar daarom niet minder mooi. April is de beste tijd om dit alles te bewonderen.

Wandeltip+ foto’s Theo van de Graaf