In het tuinsysteem bij ons huis – met behalve bloemen in struiken, vaste planten, bol- en knolgewassen en zaailingen, plaats voor wilde planten en door gericht voeren een open volière -, was het deze zomer druk door groepen huismussen. Deze kwamen plotseling aangevlogen en gingen tenslotte even snel weer weg. Intussen vlogen ze heen en weer van de voederplaatsen de struiken in en terug en gingen drinken en zich baden. Sommige middagen kozen ze een zonnige hoek van de tuin met een paar struikrozen, om zich groepsgewijs te vermaken met een zandbad, waardoor het rozenperk jammer genoeg tamelijk onbegroeid bleef met lage andere plantjes onder de rozen.
De mussen kwamen uit de buurt, waar ze kunnen nestelen onder dakpannen of in vogelnestkasten. Ze broedden niet bij ons, maar kwamen wel eten, elkaar het hof maken of onderling behoorlijk ruzie maken zoals mannetjes met andere mannetjes of vrouwtjes ten opzichte van een enkel mannetje en ze kwamen om hun net-uitgevlogen jongen te voeren. Die jonge mussen bleven daarna komen: ze wisten waar eten te halen is.
Mussen zijn voor de meesten algemene grijzige tot bruingrijze vogeltjes, eigenlijk misschien een beetje te gewoon om goed te bekijken. Ze moeten het hebben van broodkruimels die naar buiten worden gewerkt als het tafelkleed wordt uitgeschud. De meeste mensen hebben liever een mees of een specht. Een Vlaamse gaai is ook prima. Daarbij gaat het om meer kleurrijke soorten, die daardoor ook meer opvallen. Een merel en een lijster worden eveneens gewaardeerd. Deze kunnen immers mooi zingen.
Heb je veel mussen dan kun je proberen deze beter te bekijken. Dat valt niet mee, want ze zitten niet lang op dezelfde plaats. Behalve huismussen heb je soms ringmussen. Die zijn in de meeste tuinen veel minder algemeen. Op ons vorige adres kwamen ze soms in herfst en winter, maar niet elk jaar. In onze huidige tuin, waar we nu zes jaar op uitkijken, zijn ze nog niet geweest. Ringmussen broeden soms in een nestkastje dat je voor koolmezen had opgehangen. Ook kasten voor multipele bewoning voor huismussen kunnen op sommige plaatsen (heel lokaal) juist door ringmussen ten koste van de huismussen worden ingenomen (persoonlijke observatie).
Onze mussen
In dit verhaal gaat het over de huismussen, onze huismussen, die minder uniform bleken te zijn dan aanvankelijk gedacht. Zowel waren er enkele opvallende mannetjes als een paar afwijkende jonge mussen. En deze vielen op door lichtere kleur.
Bij lichtere kleur kun je denken aan zaken als bont, leucisme en albino.
Er zijn ook diverse mussen-soorten die anders gekleurd zijn dan onze huismus, zoals bijvoorbeeld de Spaanse en de Italiaanse mus. Daar ging het hier niet om, deze mussen soorten zijn net als de ringmus duidelijk anders getekend. De aftekening van onze mussen leek geheel die van de huismus.
Bont is een afwijking die neer komt op het lokaal afwezig zijn van pigment, waardoor anders-gekleurde – witte – vlekken ontstaan. Dit is een kleurafwijking die bij veel huisdiersoorten en gekweekte vogels voorkomt, mede omdat het gaat om erfelijke varianten waarop goed geselecteerd kan worden.
Leucisme is het tegendeel van melanisme (donkerder kleur). Het gaat om erfelijke varianten met minder of meer melanine-vorming. Hierbij spelen het aminozuur tyrosine en een enzym, tyrosinase, dat koper als cofactor nodig heeft, een rol. De vogels/zoogdieren met leucisme / melanisme zijn minder of meer gepigmenteerd dan bij de standaard. Beide kleurvarianten zijn wel bekend bij damherten, die juist daarop ook worden gekweekt. Soms kan men in het wild een bijna zwart ree zien lopen.
Het voorkomen van leucisme is als zeldzame afwijking bekend bij de huismus.
Albino’s hebben totaal geen pigment. Dat kunnen ze door een erfelijke factor niet aanmaken en daardoor hebben ze ook rode ogen (het oog is een donkere kamer met wanden die zwart zijn door melanine-pigment). Leucistische dieren hebben nog de oorspronkelijke oogkleur. Voor de huismus kan men op internet een foto van een albino vinden.
Bij dieren in de duinen kan kopergebrek een rol spelen. Het koper wordt zoals boven genoemd als cofactor gebruikt door enzymen (tyrosinase) die een rol spelen bij de melanine-vorming. Bij te kort aan koper kan de melaninevorming daardoor te kort schieten. Juist in de duinen hebben we wel lichter gekleurde in plaats van rood-bruine vosjes kunnen fotograferen.
Waargenomen pigmentatie-veranderingen bij de huismus
Blekere mussen hebben we gezien bij twee volwassen mannetjes en twee jonge musjes.
Bij de mannetjes ging het om de wangetjes.
Een huismus-man heeft een kop met bovenop grijs, opzij bruin en onder het oog een “wangetje uitlopend in halsbandje” dat grijs van kleur is. Bij onze twee was dit wang-grijs lichter van kleur. Het leek soms wit afhankelijk van de belichting.

De lichte wangvlek van twee mannetjes leek meer wit van kleur dan bij de andere mussen. Het rechter mannetje op de foto zat in het licht, de linker in de schaduw.
De jonge mussen.
Bij het eerste jonge musje ging het om een jong, nog bedelend en gevoerd exemplaar, dat eveneens lichtere wangetjes had. Misschien betrof het een jong mannetje dat al een beetje de bekende aftekening van een mannetje liet zien. Bij sommige kippenrassen kent men kleurverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke kuikens (z.g. scheikuikens). Het deed denken aan dat fenomeen.

Jong musje met opvallend licht-gekleurde wangvlek.
Een tweede jong musje had aan de boven-zijde van de rug (vleugels) beiderzijds een lichte vlek. Het zou kunnen gaan om een kleur-afwijking of om slechte bevedering. Gedeeltelijke kaalheid kan bij vogels als erfelijke variant voorkomen, zoals bijvoorbeeld voor de kip bekend is.

Het linker musje op de foto bezat vanaf het eerste moment beiderzijds (symmetrisch) een bleke plek midden op de vleugels. Waardoor dit kwam was niet duidelijk.
Commentaar
Af en toe lees je op internet dat er meer blekere mussen zijn waargenomen. Men kan daarbij denken aan slechte voeding, waarin giftige stoffen aanwezig kunnen zijn of waarbij gebreken zoals kopergebrek kunnen optreden. Er wordt gewezen op de mogelijkheid van pesticiden in commercieel vogelvoer. Ook eiwitgebrek kan als mogelijkheid worden geopperd. Mussen zijn zaadeters, maar in de broedtijd en ook daarna zien we regelmatig mussen in de struiken speuren naar insecten, zoals bladluizen, waar ze gek op zijn.
Bij gekweekte vogels is bekend dat men in de broedperiode extra eiwit dient toe te dienen.
Als het gaat om mutaties en erfelijke varianten, heeft men bij wilde vogels snel dat afwijkende dieren uitgeselecteerd worden. Ten aanzien van onze mussen zorgen behalve katten de boven dorpstuinen rondvliegende sperwers daar wel voor.
De blekere wangetjes bij twee mannetjes en bij een jong musje zou ook om hetzelfde erfelijke fenomeen kunnen gaan. Het zijn wilde mussen, kweekproeven zijn niet aan de orde. Het is daarom afwachten en blijven observeren. En dat is toch al zeer de moeite waard door het opwindende gedrag van huismussen.