Fascinerender dan fictie

Aglaia Bouma’s insectenverhalen

‘Insecten zijn zó belangrijk, maar ook gewoon prachtig, grappig, schattig en bizar. Soms zijn ze meedogenloos, maar altijd fascinerend.’ Aldus onderzoeker en verhalenverteller Aglaia Bouma. ‘Een parallel universum waar we midden tussenin zitten.’

Tekst: Inge Dekker | Beeld:

Aglaia Bouma werkt als entomoloog bij Naturalis in Leiden en publiceerde de boeken Insectenrijk en Huisgenoten. ‘Kortom, mijn leven draait om insecten.’ Verrassend, want als zeventienjarige werd ze tijdens een vakantie in de bergen zes keer gestoken door een Europese hoornaar. Hierdoor raakte ze in een levensgevaarlijke shock. Lichamelijk hield ze er niets aan over, maar ze werd wel bang voor alle kleine vliegende wezentjes. Om haar angst te overwinnen, ging ze insecten bestuderen. Dat ontaardde in een fascinatie.

Nu probeert ze haar fascinatie voor de weelderige insectenwereld te delen: als wetenschapper, maar ook in de media zoals bij Vroege Vogels, Spijkers met Koppen en de NRC. Ten tijde van het interview heeft ze het druk met de verkiezingen voor Insect van het Jaar.

Voorheen publiceerde Bouma ook fictie, maar daar is ze mee gestopt. De wereld om haar heen blijkt veel boeiender: ‘Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een insect dat het in de praktijk brengt. Dus wat zal ik dan nog gaan zitten verzinnen? Insecten zijn gewoon echt zó boeiend. Ik lees ook geen fictie meer. Ik ontdek elke dag nieuwe, spannende weetjes over insecten. En er valt nog veel te ontdekken. De meeste insecten – er zijn 20.000 soorten in Nederland – ken ik nog niet.’

Hoe en waarom

Verhalen kunnen mensen op een andere manier naar de wereld laten kijken heeft Bouma gemerkt. Bijvoorbeeld door in een column in de NRC een menselijke situatie te vergelijken met die van een insect. ‘Dat is dan een haakje waaraan ik allerlei weetjes over het insect ophang. En dan aan het eind weer terugkomen op het menselijke. Dan heb je een verhaal en weten lezers ineens heel veel over dat insect.’

Dankzij haar verhalen gaan mensen anders naar insecten kijken. Neem bijvoorbeeld kakkerlakken. ‘Mensen zijn er heel erg vies van, maar dat zijn kakkerlakken niet per se. Sterker nog, als ik mijn kakkerlak heb vastgehad, dan gaat die zichzelf zitten poetsen. Ze vinden mij vies.’

Net als mensen zijn kakkerlakken sociale dieren, ontdekte Bouma. ‘Je ziet er vaak veel tegelijk. Net als wij hebben ze eigenlijk altijd familie in de buurt nodig om te weten hoe ze zich moeten gedragen. Als je een nimf, een jonkie, weghaalt bij de familie, heeft die moeite met groot worden. Het duurt langer voordat die vervelt of soms lukt het helemaal niet. Als het wel lukt om groot te worden, heeft die niet geleerd hoe die zich moet gedragen om een partner te vinden.’

Met haar verhalen maakt ze van insecten zoals kakkerlakken levende wezens, in plaats van iets smerigs wat dood moet. ‘Als je er een wezen met een echt leven van maakt, vinden we misschien betere manieren van samenleven. Dan snappen mensen dat niet alles vergiftigd hoeft te worden en dat als we dat wel doen we daarmee de wereld juist verarmen.’

Insecten thuis

Insecten hebben niet alleen een plaatsje in Aglaia’s verhalen en onderzoeken, maar ook in haar eigen huis. Zoals andere mensen met honden of katten leven, leeft Aglaia met zo’n twintig of dertig insecten in huis, waaronder gouden torren en museumkevers. Musea zijn niet zo blij met die museumkevers, omdat ze collecties kunnen aantasten en ook Bouma’s dode insecten ruimen ze graag op. ‘Museumkevers weten niet dat insectencollecties in musea of bij mij thuis, niet tot rommel gerekend worden.’ Gelukkig vond ze de museumkever ver weg van haar eigen collectie en gunde die een leven. Ze liet een larfje opgroeien in een oude wollen sok: ‘Ze zijn heel mooi en hebben als volwassenen hele harige buikjes. In het wild eten ze de haren op van lijken of de veren van vogels. Je vindt ze vaak op karkassen waar zij huid en haar opruimen, supernuttig.’

Roodstipbastaardweekschild

Onbekend en onbemind

Ze vertelt graag over insecten met een negatief imago: ‘Ik wil impopulaire beesten populairder en onbekende soorten bekender maken. Mensen weten bijzonder weinig. Als je ergens niets van weet, dan waardeer je het niet. Dan zie je ook niet waarom het beschermd moet worden. Mensen maken monsters van insecten terwijl het gewoon wezentjes zijn die willen overleven, net als wij. En daar hebben ze hele bijzondere manieren voor. Dus verhalen genoeg!’

Buiten al lopend verhalen vertellen is heel leuk, heeft Bouma gemerkt. Juni is daar een perfecte maand voor, een tijd die in de insectenwereld vooral draait om voortplanting. Met soms dunne scheidslijnen tussen liefde en horror. De roodtipbastaardweekschildkever (Malachius bipustulatus) bijvoorbeeld, is volgens Bouma een supergaaf kevertje. Klein, glimmend en in juni te zien op allerlei bloemen. De vrouwen hebben normale antennen, de mannen sprieten met vlaggetje die ze kunnen uitspreiden. ‘Het zijn net gespreide armen die gebaren: kom maar naar me toe.’ Er zitten feromonen op waar het vrouwtje op afkomt. Maar ze wil niet direct met hem paren. ‘Ze ramt haar kop in een speciale holte in de kop van het mannetje en drinkt dan een kopje kever als een afrodisiacum. Hij overleeft dat en als hij mazzel heeft, draait ze zich vervolgens van hem af zodat hij op haar kan klimmen voor de voortplanting. Maar voor hetzelfde geld vliegt ze weg, zonder dat er gepaard is. Zo van, hé bedankt voor het drankje!’

Bouma hoopt dat haar insectenverhalen worden doorverteld zodat meer mensen insecten gaan waarderen en hun “pletreflex” minder wordt. Ja, ook bij muggen, die we in de zomer in onze slaapkamers liever kwijt dan rijk zijn. ‘Mannen hebben prachtige gepluimde antennen, waarmee ze trillingen opvangen van vrouwelijke muggen.’ Die van de gele koortsmug (Aedes aegypti), gaan sneller met hun vleugels slaan en hoger zoemen als ze een vrouwtje horen. ‘Als de vrouw denkt, “ah, best wel een leuke vent”, dan gaat zij ook sneller vliegen. Alleen kan zij niet zo snel met haar vleugels slaan als hij. Dus gaat hij weer langzamer. Dat doet het stel tot ze letterlijk op dezelfde golflengte zitten. Dat is nou romantiek. En dan denken wij, “Platslaan, want die zoemende mug is zo irritant”. Doe je dat ook nog als je weet dat het eigenlijk een liefdesduet is van een vader en moeder met een kinderwens?, vraagt Bouma zich af. ‘Ik heb een klamboe, dan kunnen ze verder hun gang gaan zonder dat ik er last van heb. En ik heb bloed genoeg, dus soms ben ik bloeddonor voor de vrouwtjesmug die haar eieren moet laten rijpen.’