
Eén van de hoogtepunten van de KNNV Amersfoort is de jaarlijkse Spetterdag. Dit jaar brachten we op zaterdag 29 augustus een bezoek aan het Fort bij Rhijnauwen in Bunnik. We vertrokken uit Leusden met 22 mensen en begonnen het uitstapje met koffie in de zon aan de Kromme Rijn bij Theehuis Rhijnauwen. Mooier kan je niet beginnen.

We werden ontvangen door Ruud van de Steeg die gids is bij Staatsbosbeheer en een wandelend geschiedenisboek bleek te zijn. Wat hij allemaal vertelde is in een verslag als dit niet na te vertellen. Maar ik wil toch een paar dingen uit pikken. Op internet is er heel veel informatie over te vinden.
Met een oppervlakte van 32 hectare is dit het grootste fort van de Noordelijke Hollandse Waterlinie. Het werd gebouwd in 1867–1869 als deel van de vooruitgeschoven linieforten bij Utrecht. Het is een groot fort met twee grachten. Tussen de grachten staan enorme gemetselde gebouwen waar ruimte was voor een vaste bezetting van 19 officieren, 32 onderofficieren, 515 korporaals en soldaten en één wasvrouw. Op de eerste en tweede verdieping waren magazijnen en kanonremises (parkeerplaatsen).

Op het eiland binnen de binnenste gracht staat een zogenaamd reduit (vijfhoekig figuurtje onderaan op de tekening). Een reduit is een zelfstandig verdedigbaar werk binnen een fort en dient om de verdediging na de val van de hoofdwal te kunnen voortzetten. Het reduit kon lange tijd stand houden, want het had de beschikking over een eigen keuken, drinkwatervoorziening, legeringslokalen en magazijnen en er was voor 17 dagen noodrantsoenen aanwezig. Deze reduit bood ruimte aan 5 officieren, 10 onderofficieren, 197 manschappen, 35200 kg kruit en 15 m² ruimte voor projectielen. Ze konden er alleen uit als iemand van buiten de deur opendeed. Dat kan niet waar zijn. In het reduit stond een mooie smeedijzeren trap.


Onvoorstelbaar waren de leefomstandigheden op het fort. Donker, koud, nat en schimmel op de muren. Details over slapen, naar het toilet gaan en eten waren ook heel boeiend.
Op het terrein zocht iedereen natuurlijk naar leuke plantjes en beestjes. In de vochtig donkere kelders troffen we de grootoorvleermuis, een watervleermuis en de nachtvlinders zwart weeskind en het roesje. Zomer Bruijn had interessante anecdotes over zijn onderzoek aan vleermuizen in het fort in de jaren 80. Sporen daarvan waren nog zichtbaar. Na de indrukwekkende rondgang door kille witte gangen gingen we naar buiten de zon in. We zagen een bijna witte buizerd, waarschijnlijk 2 boomvalken en een Amerikaanse rivierkreeft in het gras. Verder ook de nodige paddestoelen, uitwerpselen van een marter en fourageersporen van de das.

Vlak bij het fort ligt het landgoed Amelisweerd, waar we op picknicktafels hebben geluncht. Wat later dan gepland, maar wel in de zon. Na de lunch was er tijd voor een wandeling over het terrein Amelisweerd. Ieder kon zijn eigen weg gaan. Zo kwamen we op een grote groentetuin met eindeloos sla, prei en kool in allerlei kleuren en afmetingen. Op het landgoed hebben o.a. zomereiken, lindes, essen, paardenkastanjes grote hoogten bereikt. Dat geldt ook voor de beuken maar veel exemplaren waren ernstig aangetast door droogte en hitte.

Na de wandeling verzamelden we weer bij de picknicktafels waar we werden getrakteerd op drankjes en hapjes. Dat was ook weer super. En toen pas begon het te regenen.

Tot slot hebben we Wim van Hartingsveldt laten weten dat we het een geweldige dag vonden en hem bedankt voor het organiseren ervan.
Arie van den Bremer