
14 maart 2026, Wageningen
Er waren 7 mensen aanwezig, inclusief gasten uit Vlaanderen. De dag begon met een voorstel-rondje.

Gerrit Assink presenteerde het onderzoek aan nestgelegenheid voor gierzwaluwen aan de hand van een renovatie van woningen in de Indische Buurt in Ede. Door alternatieve nestgelegenheid voor te stellen bij het bevoegd gezag werd als voorwaarde gesteld dat er temperatuurmetingen moesten worden uitgevoerd omdat de voorgestelde maatregel als niet-bewezen werd beschouwd. De standaard, wel-bewezen maatregelen betreffen het inbouwen van gierzwaluw-neststenen. Het probleem was dat er niet genoeg kopgevels beschikbaar waren om het voorgeschreven aantal maatregelen te halen. daarom is als alternatieve maatregel het inbouwen van nestkasten in de isolatie voorgesteld, met een schuin van onder aan te vliegen opening. Deze openingen zaten dichtbij de oorspronkelijke invliegopeningen van de kieren tussen buitenmuur en onderzijde dakgoot.
Het grappige aspect van dit project is dat de alternatieve maatregelen in de isolatie van het dak gelijk in het eerste jaar na de renovatie werden geaccepteerd door de gierzwaluwen (zelfs zonder lokgeluiden te gebruiken), terwijl de standaard-maatregelen niet in gebruik zijn genomen.
Er zijn temperatuurmetingen gedaan in de alternatieve nestgelegenheid op verschillende windrichtingen. De gemeten temperaturen kwamen in 2025 niet boven 38,5 °C uit (zelfs niet op de hele hete dagen 1 en 2 juli 2025). Belangrijk hierbij is dat er boven het nest (tussen de dakpannen en het nest) een laag isolatiemateriaal zit, zodat er geen uitstraling van warmte naar het nest kan plaatsvinden.
De metingen zullen in 2026 vervolgd worden, in beide typen nestgelegenheid.
Voor de presentatie van Gerrit Assink, zie de pagina Temperatuur in nestruimtes voor gierzwaluwen

Rick Wortelboer gaf een overzicht van de verschillende temperatuurmetingen in nestkasten die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd in verschillende projecten.
Temperaturen onder dakpannen worden in de zomer standaard hoog, veel hoger dan de lichaamstemperatuur van gierzwaluwen (42 °C). Gesteld kan worden dat boven 40 °C de temperatuur kritiek wordt voor ouders en jongen. Onder dakpannen kan de temperatuur 20-30 °C hoger zijn dan de buitentemperatuur. Hoge temperaturen onder dakpannen was bekend, maar ook in neststenen en ingebouwde kasten kan de temperatuur (te) hoog oplopen. Met name jongen die al in de veren zitten (en hun warmte minder goed kwijt kunnen) hebben hier last van.
Simpel gezegd: de daken van tegenwoordig zijn niet dezelfde daken als die van vroeger. De techniek is voortgeschreden, werkwijze en regels zijn veranderd. Oudere daken hadden veel meer ventilatie onder de pannen (door kapotte pannen, scheve pannen, niet helemaal op elkaar aansluitende pannen, ventilerende nokken en daklijsten, enz.). Deze ventilatiemogelijkheden zijn bij nieuwe daken goeddeels verdwenen, waardoor de temperatuur bij dezelfde hoeveelheid zon verder kan oplopen. Daarnaast zijn tegenwoordig de temperaturen in de zomer in de buitenlucht bij ons hoger, waardoor de opwarming sneller optreedt. Het zijn dus 3 factoren die een rol spelen: de buitentemperatuur, de directe zonnestraling en de ventilatie.
Rick kwam tot de volgende conclusies:
• Onder dakpannen worden bijna elk jaar wel temperaturen van 50-60 °C) gemeten. Daarmee zijn dakpannen geen geschikte maatregelen voor gierzwaluwen.
• De grens in temperatuur waarbij gierzwaluwen sterven of permanent letsel ondervinden is niet bekend (niet gemeten). Een lichaamstemperatuur (42 °C) kan wel als fysiologische grens aangehouden worden. Voor de veiligheid is 40 °C als maximum temperatuur aanhouden)
• Onder dakpannen wordt het veel te heet (>50 °C). Ventilatieopeningen in een dak werken soms een beetje (beperkt) maar ook niet altijd en altijd onvoldoende.
• In neststenen kan het ook boven 40 °C worden. Hierbij is aandacht nodig voor plaatsing op windrichting: bij voorkeur noordelijke richtingen.
• Wit verven van nestkasten helpt: -5 ° C t.o.v. bruine kast; dak van de nestkast isoleren helpt ook (extra -2 °C bij witte kast)
• Kasten onder een dakgoot (uit de zon) is veilig op elke windrichting
• Let bij plaatsing van inbouwkasten er op dat er voldoende ventilatie blijft achter de kasten: de ruimte achter de kasten (in zolder of toren kan ook opwarmen en de temperatuur op het nest verder doen laten stijgen)
• In alle gevallen: voorkom warmtestraling door objecten (dakpannen onder dak, stenen en muren in de zon voor en onder kast)
• Let op de de constructie van de kast de warmte aan de voorzijde niet doorgeeft naar de rest van de kast, bv. bij een metalen kast. In het Verenigd Koninkrijk wordt veel met metalen kasten gewerkt maar is nog geen enkel zicht op de effecten op de temperatuur van dit soort type kasten.
Voor de presentatie van Rick Wortelboer zie de pagina Temperatuur in nestruimtes voor gierzwaluwen.