Schildluizen en wittevliegen behoren samen met de bladluizen en bladvlooien tot de snavelinsecten. Schildluizen zijn vooral goed vertegenwoordigd in de tropen, terwijl de meeste soorten bladluizen vooral in de gematigde streken voorkomen. Ook het aantal soorten wittevliegen is in de (sub-)tropen groter dan bij ons. Door de handel in planten worden voortdurend insecten van andere werelddelen naar Europa gebracht. Vanwege mogelijke risico’s is er bij de NVWA en voorheen de Plantenziektenkundige Dienst altijd veel aandacht voor deze groepen geweest. Eenvoudig is dat niet. Sommige soorten zijn niet eens wetenschappelijk beschreven en hebben dus geen naam. Dat komt deels doordat schildluizen en wittevliegen klein zijn en een verborgen bestaan leiden. Herkenning en identificatie, ook van onze inheemse soorten trouwens, is lastig. Ook is het aantal taxonomisch specialisten dat aan deze groepen werkt beperkt. In deze lezing gaat Maurice Jansen nader in op deze twee bijzondere insectengroepen.
Maurice Jansen werkte van 1991-2023 als diagnost bij PD en NVWA. Hij is ook na zijn pensioen nog steeds actief betrokken.