Terug naar Kennisbank

Komt het vliegend hert terug?

Zouden we het Vliegend Hert kunnen terugkrijgen op de Utrechtse Heuvelrug?

De rijkdom aan insecten neemt in het algemeen af. Daarmee wordt het ook minder waarschijnlijk om bijzondere en/of bijzonder fraaie soorten tegen te komen. De meeste mensen zien graag vlinders, maar ook grote keversoorten worden op prijs gesteld, zoals het vliegend hert.

In Mander (Tubbergen) op een wandelpad omzoomd door grote eikenbomen op de grond lopend vliegend hert mannetje. Waarschijnlijk is het insect bij de strijd om een vrouwtje door een concurrent uit de boom gegooid. De kaken zijn donker van kleur. Het is daarom mogelijk een ouder dier, immers jonge mannetjes hebben een lichter bruin ‘gewei’.

Wandelt men in de bossen van Zuylestein (Leersum) dan kan men een bordje tegenkomen bij een laan met eikenbomen (zomereik), waarop staat dat men getracht heeft het biotoop te herstellen en hoopt dat het vliegend hert terugkomt. Maar hebben ze genoeg gedaan?

Het bordje bij de eikenlaan.

Biotoop van het vliegend hert

Het vliegend hert heeft een larvaal stadium dat vier tot acht of meer jaren kan duren, afhankelijk van de omstandigheden. De larven ontwikkelen zich in dood eikenhout dat is aangetast door witrot, een schimmel.

Via internet, vooral uit publicaties van J.T. Smit (EIS), kan men informatie vergaren. Er worden daarbij ook foto’s gegeven o.a. van engerlingen en het volgroeide insect in haar/zijn poppenwieg en van larven die zelfs te vinden waren in eikenhouten weidepaaltjes (1)

Gaat men naar plaatsen waar het betreffende insect nog voorkomt (2), dan blijken daar behalve een enkele zieltogende eik veel gezonde zomer-eikenbomen te staan. En het hout van de eik wordt op veel plaatsen toegepast voor hekwerk en palen van afrasteringen. Totaal is dat een geheel ander beeld dan op de Utrechtse Heuvelrug. Veel van de daar aanwezige zomereiken lijken het moeilijk te hebben. Paaltjes zijn doorgaans gemaakt van dennen- of sparrenhout.

Oorspronkelijk was op de Heuvelrug in de provincie Utrecht geen bos. Het opgroeiende hout werd voortdurend gekapt als brandhout en het landschap werd lange tijd gedomineerd door heidevelden waarop schapen werden gehouden. Ten behoeve van leerlooierijen werden in dat landschap van plaggen lange verhogingen (wallen) aangelegd, waarop eiken werden geplant. Deze werden goed bijgehouden en regelmatig geknot om aan de bladeren en schors te kunnen komen, waarvan het daarin aanwezige looizuur in de looierijen kon worden gebruikt.

Op diverse plaatsen op de Utrechtse Heuvelrug kan men de restanten van de aangelegde wallen nog aantreffen, maar dikwijls groeien daarop allerlei boomsoorten en worden deze omgeven door grove dennen en hulst. Op een enkele plaats kan men nog een cirkelvormige groep eikenstammen tegenkomen als restant van waar ooit gekapt of gesnoeid werd.

Het is niet ondenkbaar dat juist door de nieuwe bosvegetatie een verandering in bodemsamenstelling is ontstaan, die ongeschikt is voor de eik.

Verwachtingen

Dat het grote insect zelf komt aanvliegen is niet erg aannemelijk. Het klein vliegend hert, waarvan bekend is dat het nabij Zeist is gespot, maakt meer kans.

Wil men de grote insecten daar hebben, dan zou uitzetten ervan kunnen worden overwogen. Op basis van de miserabele bossituatie zoals boven vermeld, zou dat vooraf moeten worden gegaan door een totaal ander beheer van het gebied. Men moet aanvangen met een terrein dat aantrekkelijk is voor de aanwas van zomereiken. Dat is wat anders dan grove dennen exploiteren zoals thans plaats vindt. Voor hekwerk en afrasteringen kan men, lijkt het, beter onbehandeld lokaal eikenhout gebruiken in plaats van grenen- of vurenhout.

Parende vliegend herten. (Foto: Carolien Londerman.)

Geraadpleegd:

(1) J. Smit en R. Krekels, Vliegend Hert in Limburg. Actieplan 2006-2010.

(2) gemonitord in Apeldoorn (Carolien Londerman, IVN); persoonlijke mail en berichten in Wijkblad Berg en Bos; gerapporteerde publiekswaarnemingen (45) met totaal 75 vliegende herten in 2022); de buurtschap Mander in Tubbergen (Smit: 194 in 2006); bij Nijmegen (Smit: 235 in 2005); op enkele plaatsen in Zuid Limburg (Smit en Krekels 2006, Actieplan 2006-2010 ); in het buitenland bijvoorbeeld in Bad Bertrich in de Eifel

Kenmerken

Datum 2024 / 03
Publicatie Artikel
Auteur Erik Gruys
Thema Geen

Dit is een kennisbank artikel van KNNV | Afdeling Zeist, Heuvelrug en Kromme Rijn.

Bezoek de site