Wandeltip – Kuierpaad – 3,7 of 5,4 km

Wandelkaart Kuierpaad

Deze wandelroute is normaal gesproken het hele jaar door goed te belopen met goede wandelschoenen. Alleen in de wintermaanden kan het een enkele keer voorkomen dat de grondwaterstand zo hoog is dat de route zelfs met laarzen niet goed begaanbaar meer is. Dit komt maar zelden voor en alleen na een flink aantal dagen langdurige regenval. Wees in dat geval dus voorbereid op mogelijke onbegaanbaarheid.
Voor meer informatie over het gebied zie: www.itfryskegea.nl/Natuurgebied/Lendevallei

Startpunt:
Neem op de A32 afslag 7, Steenwijk-Noord. Aan het einde van de afrit richting Steenwijk. Neem op de rontonde de eerste afslag, richting De Blesse. Na Witte Paarden in de scherpe bocht rechtsaf, richting De Blesse. In De Blesse direct na het tankstation rechtsaf, richting Steggerda. Na het passeren van het bord bebouwde kom Steggerda meteen de eerste weg linksaf, Buitenweg. Na 2 km linksaf, Hemweg. De weg eindigt bij een parkeerplaats. Dit is het startpunt van de wandeling.

Routebeschrijving:
a.
Bij de parkeerplaats gaat de weg over in een fietspad. Loop over dit fietspad naar de Linde en ga aan het einde rechtsaf. We lopen nu langs de Linde en door het natuurgebied Lendevallei. (Lende is Weststellingwerfs voor Linde.) We volgen het fietspad en steken verscheidene bruggetjes over (1). Let hier in de winter op de klapekster (2) en in het voorjaar op blauwborst, roodborsttapuit en sprinkhaanzanger. Van de overkant is dan het gejodel van wulpen te horen. Direct langs het fietspad groeit penningkruid (3).

b. Na ruim een kilometer rechtsaf bij het bordje Kuierpaad. Wie 3,7 km wat weinig vindt, kan er voor kiezen eerst nog rechtdoor te lopen tot de Kontermansbrug. Bij deze brug staan picknicktafels. Met het heen en weer lopen komt er nog 1,7 km bij, wat het totaal op 5,4 km brengt. Uiteraard gaan we dan bij het bordje Kuierpaad linksaf.

 c. We volgen nu de rode paaltjesroute tot we uitkomen op de Hemweg. Het eerste stuk tot aan het bankje kan behoorlijk nat en modderig zijn. Na het bankje houdt dit snel op. Het graspad volgt eerst de loop van een oude meander. Na een scherpe bocht naar links laten we de meander achter ons en lopen over een breed pad tussen wilgenstruweel. In het voorjaar horen we hier overal de fitis. Na enkele honderden meters krijgen we uitzicht naar links. Dit is een prima plek om reeën te zien.

d. Aan het einde maakt het pad een scherpe bocht naar rechts. In het grasland rechts van het pad komt blauwe knoop (4) voor. Het pad maakt een scherpe bocht naar links en meteen weer naar rechts. Na een lang recht stuk steken we de Steggerdavaart (of Steggerdasloot) over (1). Direct na de brug linksaf en na 100m rechtsaf. Na nog wat bochten komen we uit op de Hemweg en gaan rechtsaf. Let hier op rietgorzen, soms ook geelgors, en blauwborst. Het water langs de Hemweg is altijd bruin van kleur (5). In de omgeving van de parkeerplaats laat de nachtegaal zich vanaf 20 april regelmatig horen.
1.
Direct langs de Linde en in de omgeving van Noordwolde werd vroeger veen afgegraven. Vanouds werd de gewonnen turf afgevoerd via de Linde, een lastig bevaarbare rivier vanwege ondiepte en vele kronkelende meanders. Het varen schoot niet op. Daarom werd de rivier tussen 1922 en 1927 gekananliseerd, dat wil zeggen uitgediept en rechtgetrokken. Veel oude meanders werden gedempt met bagger uit de nieuw gegraven delen van de rivier, maar enkele meanders bleven intact. Vandaar de vele bruggetjes in het fietspad, die deze oude meanders kruisen. Het eerste bruggetje dat we oversteken is een uitzondering, het kruist een gegraven sloot. Bij het tweede bruggetje is de oude meander goed zichtbaar.
De derde en langste brug kruist de Steggerdavaart. Deze vaart is al in 1604 gegraven. Je zou dan ook een rechte vaart verwachten. Vanaf de brug zien we echter dat de vaart een fraaie bocht naar links maakt en daarna een vrij scherpe bocht naar rechts. Pas vanaf die laatste bocht is de vaart kaarsrecht. Het eerste, bochtige stuk is dan ook weer een oude meander. Vroeger mondde de Steggerdavaart uit in de Linde op het punt waar we nu de scherpe bocht zien. Later in de wandeling kruisen we de Steggerdavaart opnieuw, maar dan over het rechte deel van de vaart. Bij de volgende bruggetjes zien we dat de oude rivierlopen duidelijk beginnen te verlanden. Als ze niet opnieuw worden uitgediept zullen ze geleidelijkaan verdwijnen. Er bestaan wel plannen om ze in oude staat te herstellen.

2. De klapekster is een zwartwit gekleurde vogel ter grootte van een merel. Hij valt op door het overheersende wit in zijn verenkleed en zijn gewoonte om in de top van een boom of struik op de uitkijk te gaan zitten. Vanaf deze zitplaats doet hij geregeld uitvallen naar een prooi in de vorm van een muis, kleine vogel of groot insect, vooral mestkevers. Om deze prooien te vangen is hij prima toegerust met scherpe nagels en een haaksnavel als van een roofvogel. Bij een overvloed aan voedsel heeft hij, precies als andere klauwieren, de gewoonte om prooien op doorns of prikkeldraad te spietsen om zo een voorraad aan te leggen.
Vroeger was de klapekster in ons land een schaarse broedvogel van hoogveen- en heidegebieden. Sinds 2002 broedt hij niet meer in ons land. De vogels die in de winter waargenomen worden, zijn afkomstig uit noordelijker streken en trekken in klein aantal door of overwinteren hier. Tussen oktober en maart bivakkeert er de laatste winters steeds een in de omgeving van het fietspad. Let daarom op de toppen van bomen en struiken aan beide zijden van de rivier. Aan het einde van de winter verraadt hij zijn aanwezigheid ook door zijn gezang.

3. Penningkruid is een lage kruipende plant die lange stengels vormt. Deze stengels groeien hier het fietspad op, zodat de plant niet moeilijk te vinden is. Aan de stengels zitten paren van tegenover elkaar staande bladeren met een vrijwel ronde vorm, als van een munt. Vandaar de naam penningkruid. In het midden van de stengels groeien vrij grote gele bloemen. De bloeitijd is van juni tot augustus.

4. Blauwe knoop bloeit van juli tot september met paarsblauwe bloemen die altijd wat boven de omringende lage begroeiing uitsteken. De bloemhoofdjes hebben een doorsnede van twee tot drie centimeter en bestaan uit vele dicht tegen elkaar aan groeiende afzonderlijke bloempjes. De bladeren zijn lang en smal. Het is een plant van schraalgraslanden zoals dat hier ook het geval is.
5. De bruine kleur van het water wordt veroorzaakt door ijzer in de grond. Tot ongeveer 1960 werd langs de Linde ijzeroer gedolven. Dit ijzeroer ontstond daar, waar het ijzer uit het grondwater van de hogere gronden in het rivierdal aan de oppervlakte kwam en oxydeerde. Het ijzeroer  werd naar Schotland geëxporteerd en daar gebruikt bij de zuivering van kolengas. Het graven van ijzeroer liet weinig sporen na in het terrein. Het oer werd gewonnen en afgevoerd; het terrein langs de Linde werd daarna geëgaliseerd en weer met gras ingezaaid.

Wandeltip + foto’s Theo van de Graaf