Wandeltip: Roomsloot – Muggenbeet: 6 of 7,5 km

Kaart Roomsloot – Muggenbeet

Door de afwisseling van diverse landschappen en biotopen is dit een vogelrijke route. Vergeet daarom de verrekijker niet. Het gras kan lang en nat zijn. Trek daarom waterdichte schoenen of laarzen aan.
De lange route voert langs café-restaurant Geertien. ‘s Zomers kun je er heerlijk op het terras zitten en ‘s winters kun je er terecht voor erwtensoep. Altijd geopend.
Startpunt: De parkeerplaats langs de N333 Steenwijk – Blokzijl tegenover hectometerpaal 8,5. Dit is bij de afslag naar Geertien. Kijk vanaf de parkeerplaats in noordelijke richting. Hier lopen vaak reeën.

Routebeschrijving:
a. Loop over het fietspad  richting Blokzijl. Bij routepaaltje D45 schuin rechtsaf, de blauwe route volgen. Na 100 m komen we bij de Roomsloot (zie 1 en 2) waar we rechtsaf gaan. Tip: kijk onder de brug naar spraints of loopsporen van de otter (4). We blijven over de grasdijk langs de Roomsloot lopen tot Nederland (1). Met enig speurwerk en wat geluk zijn langs de vaart sporen van otters te vinden. Aan de overkant (3) in de weilanden lopen soms reeën. Even voor we in Nederland zijn, zien we links aan de overkant een ooievaarsnest dat jaarlijks bezet is. Ons pad maakt hier een scherpe bocht naar rechts en draait dan geleidelijk naar links. In deze lange bocht krijgen we naar links zicht op een stukje van de oude loop van de Roomsloot. Op de verharde weg gaan we rechtsaf. Dit is de Rietweg (1)

b. Na 600 m maakt de weg een scherpe bocht naar rechts. Op 30 m na de bocht komen we bij een brede dwarssloot. Hier kunnen we kiezen voor de kortere of de langere route. Wie de langere route wil volgen, leest verder bij c. Wie kiest voor de kortere route loopt verder over de weg tot de wijde bocht naar links. Voor de lantaarnpaal gaan we rechtsaf, een breed graspad op. Dit is het tracé van een weg die er nooit gekomen is (2). We lopen door  Noordmanen met aan beide zijden moerasbos. Aan het einde, op het fietspad linksaf naar de parkeerplaats.

c.
We gaan linksaf, waarbij we de sloot aan onze rechterkant houden. Hier liep vroeger een sintelpad (1). Blijf langs de sloot lopen tot het einde. Dan rechtsaf de dam over. Aan het einde op de klinkerweg (opnieuw de Rietweg) linksaf. Eerst links van de weg en later ook rechts zien we nieuw natuurgebied met soms veel vogels. Enkele jaren geleden waren dit nog graslanden waar schapen en koeien liepen. Nu zijn het vogelrijke water- en moerasgebieden.

d. Na 500 m bij de zitbank rechtsaf het fietspad op. Naar rechts hebben we weer uitzicht op nieuwe natuur. Recht vooruit zien we de faunapassage (5) onder de N333. Aan het einde van het fietspad linksaf. Bij de T-splitsing rechtsaf. Nu de weg volgen door Muggenbeet en je komt tenslotte weer uit op de N333 en bij de parkeerplaats.

1. Nederland en de Roomsloot. Nederlandis een zeer oud dorp, oorspronkelijk een dorp van veeboeren die hier goede grond vonden, veengrond met een laagje klei erop. Ze bouwden hun huizen op een zandrug die hen enigszins beschermde tegen niet al te hoog water. In de achttiende eeuw werd ons land enkele keren getroffen door een hardnekkige veeziekte, runderpest, waardoor veestapels totaal zijn uitgeroeid, met als gevolg diepe armoe. Dit is er waarschijnlijk de oorzaak van geweest dat veel boeren in dit dorp ertoe overgingen hun goede gronden af te graven. De dunne kleilaag werd verwijderd om daarna van het onderliggende  veen turf te kunnen maken. Een omgeving van wei- en hooilanden veranderde daardoor in een landschap van trekgaten en legakkers, de weren en de ribben.
   Nederland is lange tijd over land nauwelijks bereikbaar geweest. De enige begaanbare weg was een smal sintelpad via legakkers naar Wetering waarover de kinderen naar school konden lopen. Het was ook mogelijk om over graslanden en vlonders naar Blokzijl te lopen of naar Baarlo, maar  van een begaanbaar pad was hier nauwelijks sprake. Vervoer van enige omvang en gewicht vond plaats over het water. De Roomsloot vormde daarbij de belangrijkste waterweg waarover turf, riet en vee vervoerd konden worden naar Blokzijl en vandaar over de Zuiderzee naar het westen.
   Pas in de vijftiger jaren van de vorige eeuw werd Nederland ontsloten. Toen werd de klinkerweg naar Wetering aangelegd, de Rietweg waarover wij enkele stukken zullen lopen. Tegelijkertijd werd er toen een vaste brugverbinding over de Roomsloot aangelegd. 

2. Polder Wetering-west. In het begin van de twintigste eeuw bestond het gebied ten westen van Giethoorn nog uit een groot moerasgebied vol petgaten in allerlei stadia van verlanding, van open water via trilveen tot moerasbos. In het kader van de werkverschaffing werd tussen 1928 en 1968 een groot deel van dit gebied in cultuur gebracht. Open petgaten werden volgestort, legakkers gladgetrokken en bomen gerooid. Zo ontstonden de landbouwgronden van de polders Giethoorn, Gelderingen, Halfweg , Wetering-oost en Wetering-west. Terwijl we rondwandelen door polder Wetering-west realiseren we ons dat dit gebied er toch wel heel anders uitziet dan de kale en wijdse vlakten van de andere polders. Hier zien we nog veel rietvelden langs de Roomsloot en het moerasbos van Noordmanen waar we door of omheen lopen. Vanwaar deze verschillen? Polder Wetering-west was de laatste polder die op de schop genomen werd. Tijdens deze werkzaamheden in de zestiger jaren veranderde men van inzicht. Was het wel zo’n goed idee om de hele Kop van Overijssel te veranderen in landbouwgebied? Moesten we niet veel zuiniger zijn op deze bijzondere natuurgebieden? In 1968 werd met het werk gestopt toen de polder nog slechts half in cultuur gebracht was. In het landschap kunnen we de sporen van deze halfslachtigheid nog terugzien. Oorspronkelijk liep de Roomsloot vanaf Nederland in een vrijwel rechte lijn naar het zuiden en vormde daardoor een lastige sta-in-de-weg in de nieuw geplande polder. De loop werd daarom verlegd in westelijke richting en volgt nu de kronkelende grenslijn met de Baarlinger polder. In Nederland is nog een klein doodlopend stukje te zien van de oude Roomsloot. Het rechte stuk aan weerszijden van de N333 is ook nog de oude loop. Dwars door Noordmanen loopt van noord naar zuid een lang en kaarsrecht graspad over een breed talud. Hierover moest de nieuwe weg aangelegd worden die zou zorgen voor een vlotte verbinding tussen Blokzijl en Kalenberg. Deze weg is er nooit gekomen. Ook ten noorden van de Rietweg is het tracé nog een stuk te volgen. De kortere wandelroute gaat over dit tracé door Noordmanen.

3. Roomsloot-Veldhuisweg. Aan de overkant van de Roomsloot zien we achter het riet de graslanden en verderop enkele boerderijen aan de Veldhuisweg. Een deel van dit gebied tussen Veldhuisweg en Roomsloot ter grootte van ongeveer 100 ha is bestemd om te worden ontwikkeld tot nieuwe natuur. Aangezien een hoger waterpeil hier niet realiseerbaar is, is besloten een smalle strook van 28 ha langs de Roomsloot af te graven tot op boezempeilniveau en zich te laten ontwikkelen tot moeras. Achter deze strook wordt een oppervlakte van 72 ha ingericht als weidevogelgrasland. Zomer- en winterpeil worden omgedraaid zodat een meer natuurlijke situatie ontstaat en er worden plas-drasbermen gegraven. Voor meer informatie zie www.noordwestoverijssel.nl (kijk bij Nieuwe natuur Roomsloot-Veldhuisweg.)

4. Voor otters is de Roomsloot een belangrijke verbindingsweg tussen Wieden en Weerribben. Met wat geduld kun je hun sporen dan ook wel vinden langs het water. Omdat otters grotendeels nachtdieren zijn is het een stuk moeilijker de dieren zelf waar te nemen. Toch is het niet onmogelijk hen overdag te zien, maar dan heb je wel veel geluk nodig.
   De dagrust wordt doorgebracht in “holts”; dit zijn plaatsen onder wortelstelsels van bomen, of kunstmatige nissen zoals holtes onder bruggen en in betonpijpen, maar ook bovengronds in legers op verborgen plekjes in rietvelden of dicht struweel.
   In de winter blijven otters actief en met name wanneer er een sneeuwdek ligt zijn hun activiteiten goed speurbaar. De sneeuw maakt de prenten of het spoor opvallend en herkenbaar zodat het over grote afstanden gevolgd kan worden. Bij sneeuw of op glibberige oevers maken otters nogal eens glijbanen, waar een of meerdere dieren bij herhaling vanaf glijden.
   De otter markeert belangrijke plekken in woon- en jachtgebied met zijn uitwerpselen, de zogenaamde “spraints”, en een anale gel. Op deze wijze maakt hij via de geursporen zijn aanwezigheid aan soortgenoten bekend. De uitwerpselen worden op opvallende plekken gedeponeerd. Oude, uiteengevallen en geurloos geworden spraints worden vervangen door nieuwe. Typische afzetplekken voor otterspraints zijn: stobben of graspollen naast wissels en uitstekende keien in het water of aan de oever, vooral daar waar waterstromen bij elkaar komen en onder bruggen met een looprichel langs het water. In de uitwerpselen zijn vaak visschubben te zien. Vers zijn de uitwerpselen donkergroen tot zwart, teerachtig en vrij stevig. Bij het verouderen worden ze lichter tot grijswit van kleur en worden ze steeds brozer tot ze verpulveren en als een hoopje losse schubben en botjes overblijven. De uitwerpselen blijven een zoet-traanachtige muskusgeur behouden. Deze geur wordt ook wel omschreven als een koeienstal-geur. De afmetingen varieren sterk: de dikte is meestal 10 tot 15 mm en de lengte loopt uiteen van 2 tot 10 cm.

5. In 2013 en 2014 is een deel van de N333 verhoogd. De weg vormt nu een 70 m lange brug over een faunapassage die bestaat uit droge, drassige en natte delen waar allerlei dieren een gemakkelijke en veilige doorgang vinden tussen Wieden en Weerribben. Het plas-dras-gebied direct ten noorden van de faunapassage is aantrekkelijk voor allerlei weide- watervogels.

Wandeltip + foto’s Theo van de Graaf